Joos Lambrecht:letters

Dat oude sal wijcken, als beter can blycken

Grieks mediaan (11 punt)

Origineel toegeschreven aan Joos Lambrecht

Eerste gebruik: Epistula ad servatium patrem, 1536

Uit Disticha Moralis

Lambrecht beschikte over n Grieks type dat hij vanaf 1536 gebruikt. Het is sober (weinig krullen), de ligaturen zijn niet overdreven en het accent is samen met de letter gesneden. Voor bepaalde kapitalen gebruikte hij hierbij een romein. (J. Machiels, De boekdrukkunst in Gent tot 1560, Universiteit Gent, 1994)

Romein mediaan (11 punt)

Origineel toegeschreven aan Joos Lambrecht

Eerste gebruik: Epistola quaedam Erasmi, 1536

Uit Disticha Moralis

Letters van dit type komen voor in al het drukwerk van Joos Lambrecht. Later, in 1553, het jaar waarin deze drukker wegvlucht uit de Nederlanden, worden deze letters samen met Mierdmans textura ook teruggevonden in Londen, in het werkvan Hugh Singleton. De relatie tussen deze drie drukkers is onduidelijk. (H. D. L. Vervliet, Sixteenth-century printing types of the Low Countries, Menno Hertzberger & Co, Amsterdam, 1968)Lambrechts pica romein komt het eerst voor in 1536 en meet 74?mm. Vanaf 1538, door het gebruik van een bredere tussenruimte (leading), worden twintig regels 80mm. Een mooi model is te vinden in de tekst Refereynen. (J. Machiels, ibid.)

Italiek bourgeois (9 punt)

Origineel toegeschreven aan Joos Lambrecht

Eerste gebruik: Refereynen, 1539

Uit Disticha Moralis

Lambrecht was de enige drukker die al van bij het begin van zijn carrire in 1536 deze kleine italiek gebruikte, die voor zijn tijd niet zonder verdienste is. In een boek uit 1538 verschijnt een set smallere kapitalen naast de originele kapitalen. In zijn Refereynen uit 1539 gebruikt Lambrecht dit lettertype voor de passage waarin hij zijn voorkeur uit voor romeinse letters en zijn bezwaar tegen gotisch; maar voor die passage gebruikte hij het met gotische kapitalen en een paar varianten in de onderkast. In de inventaris van Van den Keeres lettergieterij, opgemaakt door Thomas de Vechter na 1581, is er een passage Een oude brevier door Joos Lambrecht die waarschijnlijk verwijst naar matrijzen voor deze letter. (H.D.L. Vervliet, ibid.)Lambrechts italiek bourgeois, die in 1536 verschijnt, komt alleen bij deze drukker-lettersteker zelf voor. Als kapitaal gebruikt hij hierbij de romein 1,8mm. Ook van deze letter is een mooi model te vinden in Refereynen. Soms gebruikt hij bij deze italiek ook texturakapitalen, bijvoorbeeld in dezelfde Refereynen. () Wat de italiek 57mm betreft, die voor het eerst voorkomt in 1536, stelt men vast dat Lambrecht hierbij een kapitaal-romein gesneden heeft om in combinatie met de italiek gebruikt te worden. De kapitalen zijn aanvankelijk opvallend breed, vooral de N en de M, maar worden vanaf 1539 iets smaller (meer bepaald een zeer smalle H). Zij worden dan 2mm. (J. Machiels, ibid.)

Textura moyen canon (32 punt)

Eerste gebruik: Spelen van zinnen, 1539

Deze letter, zeer verspreid in de Nederlanden vanaf 1522, komt bij Lambrecht voor het eerst voor in 1538. Een mooi voorbeeld hiervan is de tekst Spelen van zinnen van 1539. Geringe varianten na vergelijking met het model van Verliet zijn aan te stippen. (J. Machiels, ibid.)

Textura augustijn (13 punt) (Rouen)

Eerste gebruik: Spelen van zinnen, 1539

Lambrecht lijkt de W, Y, Z (?), z (?) vervangen te hebben door letters die hij zelf sneed, en die enkel hij en Anthony Scoloker (Engeland) gebruikten. (H.D.L. Vervliet, ibid.). Deze textura, eveneens van Franse herkomst, was zeer verspreid in de Nederlanden. Van de twee voorkomende varianten, deze van Hopyl in Parijs en deze afkomstig uit Rouen, is het de laatste die vanaf 1538 bij Lambrecht wordt aangetroffen. Een mooi model hiervan is te vinden in Spelen van zinnen en Refereynen maar dan met eigen vormen voor de W, Y, Z en z. (J. Machiels, ibid.)