Beveiliging

Zomertyposium 2008

MIAT grafiek

Lithographie

Meta Serif

Magistraal

Joos Lambrecht

Zomertyposium 2007

Fata Morgana

John Cornelisse

Stekskes

Afficheletters

MSK

Corbel

Constantia

Consolas

Candara

Cambria

Calibri

Typis C.J. De Mat & H.Remy

Erik Desmyter

Reclame-Geluk

Weg met de schreven

ATypI'06 Galadiner

ATypI'06 Tibetaans

ATypI'06 Conferentie

ATypI'06 FontMaster

ATypI'06 Fontlab

Gratis fonts: Lido

Zomertyposium 2006

Pierre Ryckaert

Hollandse Mediæval

1408Ho.jpg

Hollandse Mediæval

De letter die het meeste voorkomt in onze letterkasten in het MIAT (handzet en Intertype) is de “Hollandse Mediæval” van Sjoerd Hendrik de Roos uit 1912. We hebben hem in normaal en smal, mager en vet, en een klein corps in italic. Onze Intertype-man (85) vindt hem “helemaal niet lelijk, en bovendien gemakkelijk om te drukken”.
Inspiratie voor De Roos voor zijn ”Hollandse Mediæval” was een heel laat prerafaëlisme, nog altijd onder invloed van William Morris (1834-1896), maar gematigder: “In zijn zoeken naar schoonheid reikte hij te ver, reikte hij over de praktijk” (Sjoerd Hendrik de Roos, Ter inleiding van een nieuwe boekletter, De Boekzaal, 1912), en een late jugendstil (slaoliestijl in het Nederlands, Kitsch in het Duits). Een aantal kenmerken van de “Hollandse Mediæval” zijn uitgesproken archaïsch: een schreef bovenaan de A, dubbele schreven bovenaan de N en M, schuine e-balk, dunne schuine in de z. Een paar kenmerken verwijzen naar de textura die in Nederland tot in de 19de eeuw gebruikt werd: een U met een recht rechterbeen en een g met één oog. Ook de W en de w zijn nog dubbele W’s en v’s. De verhoudingen zijn niet klassiek: de a en de e lijken daar iets te breed voor, maar dat stoort mij niet, en het hielp minder goede drukkers tegen het dichtlopen. De punten zijn gotische ruiten, die ook een beetje aan Johnston doen denken. Zoals tot bij het begin van de 20ste eeuw gebruikelijk was, zijn de kapitalen naar onze normen iets te zwaar in verhouding tot de onderkast. Een beetje vreemd misschien heeft de “Hollandse Mediæval” geen mediævalcijfers.
Een andere inspiratiebron voor De Roos waren de andere nieuwe letters uit zijn tijd. De Roos was goed bekend met vooral Duitse nieuwe letters, maar toch heb ik de indruk dat vooral de “Cheltenham” (Bertram Grosvenor Goodhue, architect, USA 1896) (De Standaard, 2006) indruk op hem maakte: omwille van zijn eclectisme – ook niet vreemd aan het prerafaëlisme – maar vooral omwille van zijn “leesbaarheid”. Toen al gingen mensen er van uit dat naast de letter apart vooral het woordbeeld duidelijk herkenbaar moest zijn, en meenden mensen dat stokken daarbij veel belangrijker waren dan staarten. Om toch “zuinig” te blijven, kon je de staartjes meer inkorten dan de stokken.
De belangrijkste “inspiratiebron” is natuurlijk de toepassing waarvoor de letter voorzien was. Sjoerd Hendrik de Roos wou een boekletter maken, te gebruiken met weinig “tussenwit” (kleine spaties), kleine interlinie, in een zetspiegel met sterk progressieve marges, weinig versiering behalve de letter zelf, zwartwit houtsneden heel sterk aangeraden als illustratietechniek, bij voorkeur gedrukt “op eigen persen” en “op nobel handpapier”. Lettergieterij Amsterdam en Plantin sa waren blijkbaar wat ruimdenkender: ook in België overspoelde de “Hollandse Mediæval” zowat alle letterkasten.
Tenslotte zijn er een aantal belangrijke technologische beperkingen: zoals u weet, was negatieve letterspatiëring sterk af te raden, omdat die “kern” er kon afbreken, was kerning zoals wij dat kennen niet mogelijk, was het aantal ligaturen beperkt, en werd voor de Linotype de italic even breed (te breed) gemaakt als de romein. Daarnaast bestond er zoiets als de “Normallinie”: een per corps gestandaardiseerde basislijn voor alle lettertypes, die het mogelijk maakte alle lettertypes en zelfs corpsgroottes met elkaar te combineren, perfect voor schreeflozen en schwabachers. Ik was ook bijna vergeten dat tot voor enkel decennia een letterontwerper enkel de werktekeningen maakte, en dan koos uit een aantal varianten: de “Hollandse Mediæval” is gesneden door “Stempelschneiderei Wagner & Schmidt” te Leipzig.
Hieronder vindt u een deel van de bijsluiter uit 1912. Het illustreert het begin van de Nederlandse School in letterontwerp. De argumentatie is grappig herkenbaar.

Meermalen is door allen, wien de ontwikkeling en bloei der Nederlandsche boekdrukkunst ter harte gaat, de wensch uitgesproken een eigen letter te bezitten, ontworpen door een Nederlander, in aanvulling aan de beweging, die de overige nijvere kunsten, nu een goede tiental jaren geleden, uit den dommel der karakterlooze stijl-imitatie heeft geschud. Dit verlangen is ons vaak ter oore gekomen en het is niet onze onwil om deze beweging te steunen, dat wij eerst heden in deze voorloopige proef, met een dergelijke letter ontworpen door onze medewerker S. H. de Roos voor den dag komen. Wat sedert de laatste jaren u voor nieuws brachten bewijst zulks voldoende. Hoezeer ook doorgedrongen van ’t rechtmatige verlangen naar een letter die èn Hollandsch, èn modern, bovenal gemakkelijk leesbaar zoude zijn, achten wij, en onze medewerker niet minder, dat overijling onze bedoeling al zeer slecht zou dienen. Want dit stond wel voorop, dat niet slechts iets anders, maar vooral iets beters dan de nu bestaande typen gewenscht werd, vrij van het onzen volksaard tegenstaande buitenissige, dat de in zoo groot aantal en verscheidenheid in den handel gebrachte lettersoorten der laatste jaren het stempel van oorspronkelijkheid moest verschaffen en tevens de bestaansmogelijkheid tegenover elkander reden trachtte te geven.
In overeenstemming met de eischen die onze tijd met ontwikkelder kunstverlangens stelt aan gebruik en schoonheid, trachtte onze medewerker dus een betere letter te ontwerpen. De leesbaarheid mocht niet geschaad door een mooien vorm, de mooie vorm van het enkele type mocht niet verkregen ten koste van den totaal-indruk eener bladzijde. Deze moet een rustige en welgevulde verdeeling van zwart op wit geven, zooals dat, reeds bij de oudste drukkers, voor het kenmerk der voortreffelijkheid van een schrift heeft gegolden.
Bij het vaststellen van de vorm der letterteekens, ging de ontwerper er niet van uit, met behulp eener constructie dien te bepalen. Het lijnenschema dat bij grootere letterteekeningen en monumentale inscriptiën welhaast onvermijdelijk is voor de zuivere bepaling der verhoudingen, staat een vrijere vormgeving in den weg. Schrijvende zijn de lettervormen ontstaan en aldus zullen ze tot een voor onzen tijd geëigenden vorm gebracht moeten worden, en dan zal niet de enkele, maar de in onderling verband geschreven letter tot grondslag hebben te dienen. Tevens zijn zodoende beter de optisch storende tekortkomingen, ontstaan door het naast elkaar plaatsen van slechts ten deele den rechthoekigen vorm vullende letters, als A, L, V, W en anderen, tot een minimum terug te brengen. Het wit tusschen de letters toch draagt in niet geringe mate bij tot het rustig, gelijkmatig aspect van geschreven of gedrukt schrift, en het helpt om de letter op zich zelf fraai te doen uitkomen. Door dit schrijvend vaststellen van de vorm, werd ook de onderkastletter meer in overeenstemming gebracht met het monumentale karakter de Romeinsche kapitalen eigen. Een sierlijker vorm der schraveeringen was daarvan het gevolg, welke slechts in de daardoor verlevendigde groote corpsen naar vooren treedt, zodat de duidelijkheid der kleine corpsen niet ten nadeele wordt beinvloed.
In hoeverre onze letter aan alle meermalen geuite eischen voldoet, is uit deze voorlopige proef van de dessendiaan slechts gedeeltelijk op te maken. Toch vleien wij ons, dat de ontwerper, die reeds eenige jaren de ontwikkeling der lettersoorten, hunne bruikbaarheid en deugden en gebreken heeft getoetst aan zijne moderne inzichten, geslaagd is de moeilijkheden tot oplossing te brengen.
In de eerste plaats meenden wij de boekdrukkers, onze afnemers, en vervolgens de uitgevers, wien tezamen de ontwikkelijng onzer boeknijverheid tot een hooger peil in hoofdzaak is overgelaten, reeds nu met de als Hollandse Mediaeval gedoopte romein-letter bekend te moeten maken. Maar ook het boekenlezend en -minnend publiek, en vooral hen wier streven erop gericht is de kunst meer en beter plaats te gunnen in het dagelijksch leven, dezen allen wordt een aandachtige beschouwing onzer nieuwe letter aanbevolen.
LETTERGIETERIJ “AMSTERDAM”
V.H. N. TETTERODE, AMSTERDAM-ROTTERDAM

Posted by PVL - Aug 15, 2006

comments (0) pic

Zien
Horen
Lezen
Doen