Pierre Ryckaert
"In de drukkerswereld is men door de band altijd goed betaald geweest. Niet alleen bestond er een goed basisloon, maar er waren altijd bonussen bovenop. Als je in 1950 bij voorbeeld 20 frank (een kleine halve euro – PVL) per uur basisloon had, en je deed je best, dan kon je er rap 24 à 25 frank van maken. Die periode heb ik nog zelf beleefd. Uitgezonderd bij Snoeck-Ducaju, daar was 20 frank 20 frank, en daar bleef het bij. Daarom ben ik er ook weggegaan.
Want ik wist dat ik meer waard was dan 20 frank per uur. Meerdere collega's kregen in dezelfde omstandigheden en voor hetzelfde werk, 23 en zelfs 25 frank per uur."
Gerda Verheeke: "Was daar niks tegen te beginnen?"
"Ach ja, weggaan. En dat heb ik gedaan.
Ik had een kameraad, werknemer van Sodimca te Leopoldstad die me schreef dat men daar een Intertypist wou aanwerven. Ik heb mijn aanvraag gedaan, en twee maanden later was ik al aan het werk in de Courrier d'Afrique. Op de slechtste machine, maar dat was nu juist iets waar men mij eerder een plezier mee deed."
(…)
"Na de onafhankelijkheid zag ik het in Kongo niet meer zitten. In 1959 had ik te een tweedehands Intertype gekocht van N.V. Plantin te Brussel, een bekende firma van grafisch materieel, die goede zaken deed in onze oude kolonie. Vooral dan voor de Heidelberg persen en de Intertype zetmachines. Deze firma had in de "Imprimerie du Gouvernement Général" drie nieuwe Intertypes geleverd, en twee oude machines ter plaatse te koop gesteld. Daar heb ik één van gekocht, in twee grote kisten gepakt, en naar België gestuurd, op mijn kosten uiteraard. Ik heb die hier volledig hersteld en ben in 1961 op eigen initiatief en voor eigen rekening als loonzetter gestart te Gent.
En het is deze machine die ik aan het museum heb geschonken. Ze doet het nog altijd. Kwestie van enkele dagen kuisen en hop, ze is weer aan het werk!"
(Pierre Ryckaert, geïnterviewd in het Tijdschrift voor geschiedenis van techniek en industriële cultuur, voorjaar 1989. De Intertype in kwestie heeft intussen heel wat meegemaakt: hij doet het wel, maar niet bepaald perfect. Hij draait voorlopig enkel op maandag, als het museum gesloten is: hij stoot dampen uit (sic!) die geen looddampen kunnen zijn gezien het verschil tussen smeltpunt en verdampingspunt van lood, en het feit dat lood een metaal is, dat niet verdampt onder zijn verdampingstemperatur (ooit gehoord van ijzerdamp?), dampen die kleurloos en geurloos zijn en die zelfs met de modernste apparatuur niet te meten vallen, maar die ook bij blootstelling van één uur per week iedere naarstige museumbewaker op 50 meter afstand dodelijke letsels kunnen toebrengen.)
Gisteren 12 augustus interview van Pierre Ryckaert (°1926), de Intertype man van de Werkgroep Drukkerij. Brigitte De Meyere, bibliothecaris in het MIAT, stelt de meeste vragen. Het is haar vuurdoop. Zij had mij vooraf ook de brochure "Gestemd verleden, Mondelinge geschiedenis als praktijk, Object, methode, toepassing, van Bruno De Wever en Pieter François, Vlaams Centrum voor Volkscultuur, 2003" toegespeeld. En dat heeft geholpen. Tim Thienpont van o.a. 45degrees maakt pro bono de geluidsopname, met zijn eigen opnameapparatuur. Ikzelf stel enkele vraagjes maar, zie mij vooral als initiatiefnemer. Pierre Ryckaert is nog altijd actief in zijn eigen New Graphic Center, Ambachtenlaan 11 te Lochristi (ngcenter@skynet.be), een goed draaiend driepersoonsbedrijf onder leiding van zijn dochter.
Pierre vertelt enthousiast: over zijn eerste werkervaringen, over "modern" zetwerk in Quark op de Macintosh, over Kongo, over de V2 die neerstortte naast de trein naar Zottegem op het eind van de oorlog, maar vooral over de Intertype. Soms is hij anekdotisch, maar meestal heel "to the point": "Nee, ik heb niemand gekend die loodziekte gekregen heeft", of, over wat zijn eerste opdracht was "Nee, daar herinner ik me niets van" en "Mijn eerste loon was 8 frank per uur". De "Hollandse Mediæval" is "Een goed leesbare letter die gemakkelijk drukt, vooral op de oude degelpersen". Een argument met kloten natuurlijk. Ik heb in zijn Intertype letterkasten ook geen smalle of vette smalle gevonden, en dat kan misschien ook tellen. Naast "Hollandse Mediæval" ziet Pierre Ryckaert ook iets liever de "Nobel" en de "Futura" dan de "Helvetica". Inhoudelijk komt het interview overeen met een interview in VIAT, Tijdschrift voor geschiedenis van techniek en industriële cultuur, Deel 26, 1989, dat nog altijd te koop is in het MIAT. De vormgeving van het tijdschrift, en vooral van de advertenties die er in staan, is op zich al een illustratie van een periode in de grafische techniek die intussen al weer voorbij is. Schattig. Bij wijze van opwarmer neem ik hierboven enkele passages uit dit oude interview over.
Iedereen die aan dit interview gewerkt heeft, wil er beslist verder iets mee doen. Perfect zou zijn een "luisterrok" zoals op de tekstielafdeling op de derde verdieping van het MIAT, een publicatie (Brigitte zal het laten uittikken, Tim is al kandidaat om het te layouten, maar ik ook en Pierre zelf ook), een stuk van het interview aan de muur bij de tentoonstelling, en een aantal downloadbare mp3s op de site van het MIAT. Momenteel is Tim druk de opnames aan het opkuisen, voordat ze zullen uitgetikt worden, en door Pierre geautoriseerd. Wordt vervolgd.
Posted by PVL - Aug 14, 2006
comments (0) 