Afficheletters
Begin 19de eeuw werden nog vrij normale, hooguit wat vettere letters gebruikt voor affiches. In de jaren 1820 en '30 werden afficheletters geleidelijk smaller of juist breder, dikwijls vetter en geleidelijk meer versierd. In de jaren 1840 en '50 zien we een woeker van victoriaanse versieringen: schaduwen, 3D effecten, gotische vormen, arceringen, letters met gekrulde of hoekige schreven, letters met omgekeerd contrast: de typische "cowboyletters" of "cirkusletters", letters die opgebouwd zijn uit menselijke figuren, enzovoort. Afficheletters werden reclameletters, die in de eerste plaats de aandacht moeten trekken, iets moeten vertellen over het product dat ze helpen te verkopen (traditioneel, modern, exotisch, modieus
), mooi moeten zijn, en pas daarna snel en duidelijk leesbaar moeten zijn. Vanaf de jaren 1880 werden dat soort letters ook gebruikt in krantenadvertenties. Tegen het eind van de 19de eeuw werden afficheletters meer "zelfbewust": verfijnder en minder overladen. In dezelfde periode evolueerde ook de broodletter van egyptienne naar clarendon. Begin 20ste eeuw zien we organische vormen uit de jugendstil opduiken in afficheletters, vanaf de jaren 1920 geometrische elementen en stencilvormen uit het constructivisme, en in de jaren '30 stileringen uit de art deco.?In 1816 werd in Engeland de eerste schreefloze letters gesneden, maar het zou tot de jaren 1870 duren voor ze in Engeland, ná Duitsland en de USA, algemeen gebruikt werden. Ook schreefloze letters werden gebruikt als afficheletter, veelal extra smal en vetter dan normaal.
Afficheletters waren onhandig zwaar als ze volledig uit lood gegoten werden. Al in de 16de eeuw werden "huys-briefletteren" gegoten in fijn zand waar een gietvorm in gemaakt was met een houten matrijs. Alleen de eigenlijke letter werd gegoten, en daarna op een houten blokje gemonteerd. Vanaf de 19de eeuw kon men grote letters volledig frezen uit hardhout. Vanaf de tweede wereldoorlog werd hoogdruk voor grote letters eerder dan voor broodletter vervangen door fotozet en offset.
Bovenaan: het MIAT heeft een tiental houten lettertypes, waaronder deze halfschreef.
An Atlas of Typeforms, James Sutton and Alan Bartram, Wordsworth Editions Ltd, Ware, 1988.
Sixteenth-Century Printing Types of the Low Countries, H.D.L.Vervliet, Menno Hertzberger & Co, Amsterdam, 1965.
Tekstwijzer, Een gids voor het grafisch verwerken van tekst, K.F.Treebus, SDU Uitgeverij, 's Gravenhage, 1988.
Posted by PVL - Jun 25, 2007
comments (0) 