
Wat ga je precies doen tijdens de Gentse Feesten?
Ik wil de zetselgietmachine laten draaien, tesamen met het computersysteem dat ik al een aantal jaren gebruik. Voor veel museale puristen ‘not done’, maar dat maakt bezoekers van musea totaal niet uit. Die raken juist gefascineerd door de ongedachte mogelijkheid nieuwe en antieke techniek met elkaar te verbinden. Die computer is trouwens al haast even antiek als de gietmachine zelf, ik werk met de allerlaatste versie van MS-Dos 6.11, en een hopeloos antiek schootcomputertje van jaren geleden, uitwisselen van data gaat nog met floppy-disks. Daar weet de laatste generatie computer nerds misschien nog iets van horen zeggen. Het programma is geschreven in C, gecompileerd in Quick-C, waarvan het copyright stamt uit 1987... Het werkt, en al hoef ik zelf niet meer met ponsbanden te werken (bij de Monotype stond het klavier apart van de gietmachine, data werden overgebracht met papieren banden met gaatjes, nvdr), ik kan ze wel maken mocht iemand erom vragen.
Vanwaar je liefde voor Monotype?
De Monotype machine bij mij thuis is ooit binnengebracht, omdat er een drukkerij failliet ging in Dordrecht, eigenlijk de laatste commerciele drukkerij met veel Monotype materiaal in boekdruk. Wat ik binnenhaalde, daar ben ik pas later achter gekomen, praktische kennis en veel materiaal had ik niet. Bij toeval had ik op dat moment ook plaats voor zo’n machine. Voordat ik in Zeeuws Vlaanderen kwam wonen, heb ik altijd op flats gewoond. Hier heb ik geen last van buren, woon ik aan de rand van het dorp en maakt niemand zich druk over het lawaai van de machine en de bijbehorende compressor. De technische kennis heb ik me langzaam eigen kunnen maken. Twee oude monteurs uit Engeland, Roy Mason en later Gerry Drayton, die hebben daarbij een cruciale rol gespeeld. Die waren bereid een paar maal een kleine week bij me langs te komen, om aan de machine te sleutelen. Langzaam is zo bij mij het begrip gegroeid voor deze machine. Ondertussen heb ik ook geleerd met boekdruk om te gaan. Het oude handwerk van letterzetten, opmaak etcetera. Ik doe het allemaal.
Wat bracht je naar het MIAT?
Monotype is bij mij de insteek, en breder nog het behoud van grafische machines. Niet per se het MIAT. Er zijn wel meer machines en musea waarmee ik werk. De laatste jaren heb ik diverse machines weer op orde gebracht, in Nederland, Belgie, maar ook in musea in Geneve, Zwitserland, Lodz in Polen en het laatst nog een bij een enthousiaste boekdrukker in Leipzig, voormalig Oost-Duitsland.
Mij interesseren vooral de letters die je ermee maakt …
In de afgelopen jaren heb ik aardig wat matrijzen-ramen kunnen verzamelen. Daaronder heel beroemde Monotype-letters zoals Monotype Bembo, Garamond, Baskerville, Ehrhart, Times New Roman. Vaak is het dan wel een raam, maar dan willen de accenten ontbreken. Laatst kon ik voor relatief weinig geld een raampje Bembo-12 kopen. Nadere inspektie wees uit, dat die 12 punten matrijzen toch incompleet waren. Toch bleek dit raam uiterst interessant, want het was verder gevuld met de smalle cursief voor corps 13 die ooit bij de bembo is gemaakt. Serie 294, voor de ware liefhebber. Van deze letter zijn slechts enkele sets verkocht. De bijbehorende romein heb ik later in Engeland besteld. 5 pond 60 per stuk. Twee alfabetten, accenten, cijfers en de leestekens. Het is deze letter, die ik in letterverband in het MIAT wil gieten. Spik-splinternieuw, want tot op heden heb ik door alle restauraties zelf niet eens tijd gehad om thuis op de eigen machines wat te gieten of te drukken.
De machine op het MIAT die krijgt telkens meer vorm. En elke keer weer leer ik er weer wat bij. Telkens zijn er weer nieuwe problemen, die moeten worden opgelost … nu bleek me vanmiddag, dat het matrijzenraam iets teveel ruimte heeft. Dus is het puzzelen, waar komt dit vandaan, en wat is er aan te doen? Gelukkig heb ik thuis genoeg onderdelen om dit soort van zaken op te lossen. Naast een machine van ongeveer dezelfde lichting, als referentie. Pas na veel kijken en vergelijken wordt het dan wel duidelijk. Want er zijn best veel versies geweest van deze machine. Dat moet je weer aan de onderdelen zien af te lezen.
Denk je dat loodzetwerk nog een toekomst heeft?
Willen we in de toekomst nog loden handletter zetten, dan is de Monotype zo ongeveer de enige reele mogelijkheid. Maar om met deze machines te kunnen blijven werken, moet de kennis over deze machine worden doorgegeven. De oude vaklui, de gieters en de nog veel zeldzamer monteurs, die zijn er haast niet meer. Dat wordt nog een hele uitdaging. Want wie nu met deze machine wil werken zal zelf ook de reparaties moeten uitvoeren. De fabriek erbij roepen, dat is er niet meer bij.
Bedankt John, we moeten het er heel binnenkort beslist nog verder over hebben.
Bovenaan: John Cornelisse aan het werk op de vierde verdieping van het MIAT. Op de voorgrond de smeltpot van de Supra, een machine om grote corpsen te gieten. Op de achtergrond de gietmachine voor kleine letters.