Gent 1491 (?) – Wesel (Duitsland) 1556 (?)
Joos Lambrecht was een drukker die zijn eigen letters sneed en goot, die zijn eigen boeken verkocht, en die ze voor een stuk ook zelf vertaalde, samenstelde, corrigeerde, voorzag van een ‘inleiding’.
Bij ‘Refereynen int vroede, int zotte, int Amoreuze vertoogt binnen Ghendt den 20 april 1539’ schrijft Lambrecht een betoog voor het gebruik van romeinen in plaats van bastaards letters:
‘Ick schaems my der plompheyt, dat men in onzen landen zo menyghen mensche vindt, die ons nederlantsch duutsch of vlaemsche sprake, in Romeynscher letteren gheprentt, niet ghelezen en can, zegghend dat hy de letteren niet en kendt, maer het dijnckt hem latijn of griecx te wezen. Dit ouer ghemerct ende want ic dit boucxkin in Romeynscher letter (die allen anderen vlaemschen letteren, in nettigheden ende gracyen te bouen gaet) gheprentt hebbe, ende noch meer ander zin hebbe (metter gracye godts) in ghelijcker letter te druckene, zo hebbic hier den Romeynschen A. b. c. by gheprentt, op dat een yghelick, de zelve daer by zaude moghen zien ende leeren kennen, om alzoo te meerder affeccye ende ionsten totter zeluer te cryghen. Ghelijck vvy zien dat nu de vvalen ende franchoyzen doen, die daghelicx haer tale meer doen drucken in Romeynscher, dan in Bastaertscher letteren.’
De Disticha van de pseudo Cato (1541) is viertalig, met commentaar in het Latijn. Lambrecht verzorgt de Franse vertaling. Opvallend is de frisheid van deze vertaling in vergelijking met de Nederlandse.
In de inleiding bij zijn ‘Naembouck’ wenst Lambrecht aan de studenten Frans aan zijn ‘Walsche scole’ ‘voirspoedighen voirtganc ende saluut’.
Van de heruitgave van de Disticha van de pseudo Cato van 1546 zijn zowel de vertaling naar het Frans op de rechterpagina als naar het Vlaams op de linkerpagina van de hand van Lambrecht.
‘Nederlandsche Spellijnghe’, een spellingsgids in vraag en antwoord, is ook van de hand van Lambrecht.
Bij een aantal drukwerken van Lambrecht staan de verkopers vermeld in de inleiding. Voor Gent had hij blijkbaar het alleenrecht. Daarbuiten werden zijn boekjes verkocht te Lille, Brugge, Tournai, Ieper, Antwerpen, Brussel en Amsterdam.
‘Tussen 1536 en 1553 drukte Lambrecht een zeventigtal werken. Hiervan zijn er 42 in het Nederlands waarvan 2 met vertaling, 13 in het Frans waarvan 1 met vertaling, 14 in het Latijn waarvan 2 met vertaling. Er zijn 15 muntboekjes, 4 humanistische teksten, 13 godsdienstige werken, 13 ordonnanties, 4 werken uit de Latijnse literatuur, 5 gaan over geschiedenis en 3 over geneeskunde. 6 woordenboeken, 2 grammatica’s en 2 boeken gaan over Nederlandse taal.’ (J. Machiels, De boekdrukkunst in Gent tot 1560, Universiteit Gent, 1994)
Van verschillende van deze drukwerken is slechts één exemplaar over, verschillende werken zijn allicht verloren, maar op het is duidelijk dat Lambrecht zowel muntboekjes (een soort wissellijsten) als godsdienstige werken, en zowel keizerlijke ordonnanties als leerboeken voor zijn ‘Walsche schole’ heeft gedrukt.
Van huis uit verzorgde Lambrecht de zegeltangen voor de Gentse textielnijverheid. Op die manier bestond het lettersteken in Gent al eewen eerder dan de boekdrukkunst. De eerste Gentse drukkersateliers lagen waarschijnlijk ook op het Veerleplein, vlak bij de Geldmunt en het Gravenkasteel. Naast het munten en het keuren van laken was in Gent een tinindustrie aanwezig, en kende men de eigenschappen van tin- en loodlegeringen die ook bij de productie van letters gebruikt werden. Bij Lambrecht staat nergens vermeld dat hij ook zijn letters goot.
Zelf lijkt Lambrecht een voorkeur te hebben gehad voor romeinen boven gotische letters. Maar in plaats van een romein sneed hij een eigen italiek: een lettersoort die toen vooral in Italië zelfstandig gebruikt werd voor volkse literatuur. Na zijn ‘Refereynen’ gebruikte Lambrecht zijn italiek enkel nog voor het zetten in het Frans en het Latijn.
Verschillende andere letters worden ook aan Lambrecht toegeschreven, maar er zijn geen facturen of andere beschrijvingen teruggevonden. Misschien heeft Lambrecht ook houtgravures gemaakt, en hij gebruikte ook een aantal eerder lelijk ornamenten, maar dit auteurschap is verre van zeker.
Dat Lambrecht een goede reputatie had als drukker, uitgever of redacteur blijkt uit het feit dat zijn drukkersmerk veelvuldig gekopieerd werd.
Zicht op het Gentse stadhuis vanoaf de Onderstraat. Restaurant De Rave (links) is mogelijk de plaats of zelfs het huis waar de printshop van Lambrecht gevestigd was. Het Gentse stratenplan werd sindsdien echter verschillende keren grondig gewijzigd. Vast staat dat deze plaats na Lambrecht gebruikt werd als drukkersatelier, maar het was in die tijd niet ongebruikelijk dat mensen met hetzelfde beroep in elkaars buurt gingen wonen.